TV, Magazine en Club voor motorfans!
Promotor
 | 

Een toer over passen en wegen in de Alpen met een hellingspercentage van minimaal 18%. Want hoe steiler hoe beter!

De specs van de KTM Super Duke GT liegen er niet om. 173 pk en 144 Nm zijn indrukwekkend en maken van de testosteronzwangere toursporter een ware hemelbestormer. Als vanzelf komt de vraag op: waar moet dat heen met al die power? Mijn hersens kraken een minuut als een ratelende startmotor. Totdat de motor start: bij een pittige vermogens- en koppelcurve passen toch het meest wegen die al even steil omhoog wijzen, niet dan?

Los van het feit dat motorrijden in de bergen hoe dan ook fantastisch is. Uiteraard heeft het plan ook voor de minder gemotoriseerde lezers onder ons waardevolle routetips in petto. Want sl snel is de kaart volledig bedekt met markeringen van passen en wegen in de Alpen, die één ding gemeen hebben: een ‘volwassen’ hellingspercentage van minimaal 18%. We hebben de 1290 gestart en maken ons op voor de eerste bergetappe.

Katschberghöhe: ooit zeer gevreesd

‘Is de weg voorverwarmd?,’ vragen we aan de tolpoort Nord aan de voet van de Roßfeld-Panoramastraße. Vijf graden geeft het display van de KTM aan, maar hartverwarmend is de lach van Moni Aschauer, wanneer ze de €4,50 van ons in ontvangst neemt. Nauwelijks 16 kilometer lang is de als panoramaweg aangelegde route, die tot een hoogte van 1.570 m voert. Het steilste deel met maar liefst 26% is de zuidelijke klim van Berchtesgaden via de B319. Bij mooi weer heb je uitzicht op Dachstein, Hoher Göll en Watzmann. Vandaag ziet het er maar ongezellig uit en we laten het wolkendek achter ons door richting het warme zuiden te rijden. Van het onderweg geplande uitstapje naar het Preuneggtal en de Ursprungsalm – de ‘alpenbijbel’ van Denzel vermeldt een kort steil stuk met een hellingspercentage van 20% – komt helaas niets. En op de Katschberghöhe houden we het niet droog.

Vroeger was de Katschberghöhe een van de steilste routes van Oostenrijk. Het traject werd gevreesd door bestuurders van astmatische autootjes, waarvan het aantal pk’s met een meervoud van het hellingspercentage van 30% werd overtroffen. Op diezelfde route is inmiddels veel aarde verplaatst en is de B99 voor civiel gebruik teruggebracht tot 15%. Aangezien het doorgaande verkeer bovendien over de evenwijdig lopende Tauernautobahn raast, staat niets een heerlijke liaison tussen een getemde Katschi en een wilde KTM meer in de weg.

Terwijl de nokkenassen op de shims en de klepstoters trommelen – bij een vlot ritje met The Beast kunnen dat al gauw 5000 omwentelingen per minuut zijn – fluistert de volgende kandidate al ‘ik ben nog geen 18, maar neem me mee.’ Tja, zo verleidelijk als de Nockalmstraße ook is met haar 52 bochten, verdeeld over 34 heerlijke kilometers: we kunnen wel wat meer aan dan 12%. Bovendien geldt er tussen 18 en 8 uur een rijverbod voor motoren. Dus gaan we buitenom via Thomatal naar Ramingstein, waar we bij Gästehaus Moser een gezellig onderkomen voor de nacht vinden. Daar kunnen we alvast voorgenieten van een hoogtepunt in ons tourschema.

Onrust op de Feistritzer Alm

Wow, 26% staat er op de kaart – dat vergt nogal wat van ABS en tractieregeling, wanneer we met onze Oostenrijkse funmotor tijdens de afdaling van de Turacher Höhe een stoppie maken. Wat niet gebeurt. Want laten we wel wezen: wie gaat er nu zonder dat het ergens voor nodig is, op zijn voorwiel staan wanneer je je beter kan vergapen aan de bonte bloemenzee om je heen en de in de zon oplichtende wielershirts? Verder voert de adrenaline-expres over kronkelige wegen langs de Millstätter See richting het zuiden. Borden met stijgingspercentages van 24%, 18% en 16% markeren een ware achtbaan. Onderweg komen we een 20-jarige bestuurder tegen in een rode Astra zonder achteruitkijkspiegel. Voor wie zo nodig wil inhalen, is dat een regelrechte ramp.

Pauze met koffie en frisdrank op winderige hoogte in Alpengasthof zum Enzian en daarna naar beneden naar de botanische pracht van de Feistritzer Alm. ‘Op het een- tot een krappe tweebaans grindpad is keren nauwelijks een optie. De hellingen zijn gelijkmatig en bedragen maximaal 18%’, verleidt Denzel ons tot een uitstapje dat moet aantonen over welke offroad-genen de KTM beschikt. In plaats daarvan wordt het een beproeving voor de padvindersgeest van de navigatiegeneratie. We bakken er helemaal niets van. De start in Feistritz lukt nog prima, maar al snel ratelen de motorwielen over slecht geasfalteerde weggetjes vol kuilen door het bos tot aan de Koutschitz Alm. Iets later vinden we de weg alsnog en belanden we bij een doorwaadbare plaats. Niet iets om voor terug te schrikken, maar eerder een gelegenheid om de situatie door te nemen en het avontuur op te zoeken. En daarna hard doorrijden om de gemorste tijd in te halen. Of om met Bilbo Baggins te spreken: ‘We moeten wel op tijd aan tafel.’

Het blik blikkert in de zon wanneer we via de Wurzenpass van Oostenrijk naar Slovenië rijden. Een eindeloze file op het drielandenpunt: zelfs bij een hellingspercentage van 18% vergaat ons dan het lachen. Des te aantrekkelijker is de Italiaanse SS112 van Pontebba naar Moggio. Heerlijke haarspeldbochten en achter de toppen van dennenbomen ligt een droomlandschap van bergen even puntig als het Kiska-design van de KTM. Wordt morgen vervolgd. Vandaag nog belanden we in Tolmezzo in de Albergo La Rosa, waar sinds jaar en dag een verbleekte menukaart in de vitrine in de zon hangt. En de gast het best heel eenvoudig een pizza ‘met alles erop’ neemt.

De waanzinnige Panoramica delle Vette

Zondagmorgen. Een suikerflash in de bar Il Gatto e la Volpe aan de Piazza Garibaldi. We hebben de keuze uit 17 kleverige croissants en brioches, waarvan voor de vitamientjes enkele met jam. Het zijn niet alleen honden en katten die hun pootjes aflikken. Voor wie het gas dadelijk flink wil opendraaien, wacht er nog meer heerlijks op de Monte Zoncolan. En dankzij de quickshifter hoeven we niet voortdurend de koppeling te gebruiken. Vanaf Sutrio kunnen we ons enkele kilometers flink opwarmen tot aan de Albergo al Cocul – een rustiek adresje voor een volgende keer. Daarna rijden we over supersmalle asfaltweggetjes tot aan het panoramaplateau op de Zoncolan. Wat voor de homo motoricus uit Amsterdam of Almelo van bovenaf oogt als een lieflijk omhoog kronkelende weg tegen een reusachtig bergmassief, is voor fietsers die het van hun spierkracht moeten hebben vooral een keiharde ervaring. Indrukwekkende hellingspercentages van 23% zijn zelfs voor profs als Gilberto Simoni en Ivan Basso, etappewinnaars van de Giro d’Italia, echte kuitenbijters. Om het risico van valpartijen te minimaliseren zijn de drie tunnels op de weg omlaag naar Ovaro geasfalteerd en verlicht.

We gaan meteen door naar het volgende pareltje, de waanzinnige Panoramica delle Vette! Vanaf Ravascletto kronkelt de weg zo’n 900 m omhoog, beveiligd met stevige houten vangrails en een met bloemen versierde maagd Maria. Totdat deze boven de boomgrens op een hoogte van ca. 1.800 m weer vlak wordt en daarna in een halve cirkel – nou ja, in een nogal willekeurig patroon – om de zuidflanken van Monte Pezzacul en Monte Crostis en vlak onder de bergkammen over de helling slingert. A propos: het bovenste stuk van de bergweg gaat voor de krachtige Pirelli Angels GT niet alleen over asfalt maar ook nog eens over zeven kilometer fijne steentjes. Dat is niet erg, hoewel je op zo’n Power Naked wel volledig door elkaar wordt geschud. Maar het panorama is fenomenaal en een lust voor het oog. Omlaag naar Tualis en Comeglians, opnieuw door haarspeldbochten tot 20% en een geschikt wegdek voor onze Angels.

Als derde in de reeks van curven doen we de Sella di Razzo. In plaats van alweer een lyrische beschrijving voor de verandering ditmaal alleen een tip: vlak bij Razzo aan de SP 619 ligt het Rifugio Fabbro, bij fraai weer een heuse ontmoetingsplaats voor motorrijders. Langzaam aan raakt het er vol, wat geen verwondering wekt in het betoverende Dolomietenlandschap. Met name op zondagmiddagen is er sprake van een onafgebroken verkeersstroom rondom Cortina d’Ampezzo, die al even hardnekkig is als de files rondom Rotterdam. Terwijl iedereen alleen maar een frisse neus wilde halen. Een schamele troost: file rijden houdt beter wakker dan cafeïne én is goed voor het reactievermogen.

Eindelijk verlaten we de SS 51 en dan gaat het over de SP 347 richting Passo Cibiana. Geleidelijk neemt de verkeersdrukte af en kunnen we onze 1290 weer flink op toeren brengen. Rest de vraag: blijven we ontspannen voortglijden of sprinten we op de volgende bocht af? Passo Duran, Passo di San Pellegrino, de Nigerpass en Rosengarten weten het antwoord. En wij weten dat de majestueuze, door UNESCO tot cultureel werelderfgoed gekroonde Dolomieten eigenlijk nog het mooist zijn zonder onze aanwezigheid. Waarover we laat in de avond op het terras van Hotel Dosses in Tiers heerlijk kunnen filosoferen.

Angst voor de Schreckenmanklitz

Uit vooronderzoek is vast komen te staan, dat er tussen St. Ulrich en Kastelruth een weg voert met het indrukwekkende hellingspercentage van 28%, maar zelfs de plaatselijke verkeerspolitie is hiervan niet op de hoogte. Multiregionale bekendheid genieten zonder enige twijfel ook de volksmuzikanten van de Kastelruther Spatzen, die met titels als ‘Tränen passen nicht zu dir’ gevoelige zieltjes behoorlijk weten te raken. Maar niets is mooier dan verder trekken. Op naar een weerzien met oude bekenden uit de serie ‘Hoger dan 2000 m’: de Jaufenpass en de Timmelsjoch. En daar gaan niet alleen onze mondhoeken van krullen, ook het rubber gilt het uit vanwege de vele bochten. Op de Piller Höhe daalt de adrenalinespiegel even, maar daarna laat de de KTM onze hartslag weer omhoog schieten.

Voor de nacht maken we een tussenstop in de Schwarzer Adler in Landeck, om daarna weer fris op weg te gaan naar de Hahntennjoch dat, ondanks een hellingspercentage van ‘slechts’ 15%, zoals bekend een droomparcours is. Hier moeten we onszelf echt beheersen. We kronkelen langs de ruige rotswanden door onoverzichtelijke haarspeldbochten in de richting van het Hahntennjoch. Total digital met ride-by-wire, of – bijna ouderwets zoals het enthousiaste kwintet uit Opper-Beieren – oprijdend met een onverschrokken 9 pk NSU Lux.

De laatste kilometers. We hoeven niet na te gaan of de Baldwin Street in Nieuw-Zeeland met 35% inderdaad de steilste weg ter wereld is, zoals het Guinness Book of Records ons wil doen geloven. En het is al even zinloos om het op internet gevonden waanzinnige percentage van 50% in Wallis te verifiëren. Maar nadat we op de Namlossattel met z’n 18% zijn warm gereden, kunnen we nog snel de laatste steile kandidaat aan de tand voelen. Dus rijden we via de autoweg van Füssen naar Kempten, waarbij we al onze pk’s aanspreken. Op naar de Allgäu. Een lieflijk landschap met sappige weiden en schattige koeien.

Bij Weiler-Simmerberg slingert een smal grijs lint zich door het groene landschap, alsof een speelse kat een bolletje wol heeft afgerold. Het ambivalente gevoel van schijn en zijn. Op dat moment kijkt iemand die weliswaar niet ‘verslaafd’ is aan een Super Duke GT maar wel aan een helse rit, net als Renton, Spud en Sick Boy in Trainspotting, misschien wel zijn grootste angst recht in het gezicht: de Schreckenmanklitz, 25%, berijden op eigen risico. Net als Deichkind: heerlijk eigenzinnige hip-hop

[ Download de route ][ Bekijk de route ]

Harley-Davidson
Ik wil van mijn motorfiets af
Suzuki
Honda
Kawasaki
Arai
Aprilia
Schuberth
Bayard
Difi
Ducati
Bovag
Ik wil van mijn motorfiets af
Honda
Caberg
Suzuki
MACNA
Nolan
Kushitani
Husqvarna
Dane
HJC
Moto Guzzi
Harley-Davidson
MotoPort
Kawasaki
TT Circuit Assen
Bridgestone
KNMV
BMW
Indian
Triumph
KTM