TV, Magazine en Club voor motorfans!
Promotor
 | 

Golvende graanvelden en akkerland die op en neer deinen tot aan de horizon. Piepkleine gehuchtjes met een handvol huizen verzameld rond een kerktoren. En verder enkele prachtige kastelen, een enorme graanschuur in een abdij en een mysterieuze grot. Dat is wat we grofweg onder de wielen geschoven krijgen in Wallonië boven de Maas. En omdat je er op een dag toch eens verzeilt geraakt. Een handleiding!

Tekst en foto’s Erwin Kennis

Waver, de hoofdplaats van Waals-Brabant, rekt zich uit langs de oevers van de Dijle. De rivier klieft de oude binnenstad doormidden. Het is er gezellig kuieren door de verkeersvrije en smalle straatjes. Gezellige restaurantjes hebben enkele tafeltjes buiten gezet. Uit een café verder waaien flarden muziek. Misschien is het wel een chanson van Soer Sourire (1933-1985), de zingende non die hier geboren werd. Zuster Glimlach zong zelf gecomponeerde liedjes. Het klooster waar ze verbleef kwam met het idee om er plaat van te laten persen en uit te delen aan de bezoekers. Het werd een succesverhaal. Het liedje Dominique werd een wereldhit dat zelfs in de Amerikaanse hitparade enige tijd op nummer één stond. The singing nun werd zelfs verfilmd in Hollywood en onze eigen Stijn Coninx maakte er een Vlaamse versie van. In 1985 pleegde Jeanne Deckers, zoals ze officieel heette, zelfmoord. De roem was haar te veel geworden.

Van Waver weten we ondertussen bijna alles. Tijd om de motoren aan te trappen. In een schuine streep rijden we richting Gembloux. Tot onze niet geringe verbazing zijn de gewestwegen in dit stukje Wallonië zo goed als leeg. Er is wel wat verkeer, maar niet zo druk als je van Vlaanderen gewoon bent. Bovendien is het betonnen wegdek in behoorlijke staat. Alleen de slordig opgevulde voegen laten je tanden af en toe klapperen. De weg klieft dwars door vers omgeploegd akkerland dat in diepbruine lopers tot aan de horizon reikt. In de verte steekt een kerktoren boven het landschap uit. Wellicht de torenspits van het Belfort van Gembloux. Een handvol minuten later rollen we Gembloux binnen. We zetten er geen voet aan de grond en daar hebben we een goede reden voor.

Op stap met de Markies

We willen meteen naar Corroy le Chateau. We rijden er in één ruk naar toe. Nu ja, een krachttoer is dat zeker niet, het gaat over een handvol kilometers. Het dorp Corroy, is er een van dertien in een dozijn. Een reusachtige vierkantshoeve domineert er de kleine dorpskern. Achter de laatste huizenrij, net buiten de woonkern, loopt een grindbaan door een bos naar het kasteel. De poort staat open. Een bord maakt duidelijk dat je niet zo maar het privé domein kan oprijden. Je bent welkom tijdens de openingsuren op zondagen tussen 1 mei en 1 september. Ons bezoek is aangekondigd en dus kunnen we ongegeneerd verder bollen.

Voor ons doemt een gigantische burcht op. Het slot met vijf torens heeft de allure en de oppervlakte van een versterkt stadje. We bokken de motor in een hoekje onder een boom en gaan te voet het kasteel binnen. Op het binnenplein worden we begroet door Markies de Trazegnies, de eigenaar van de burcht. ‘Het kasteel werd gebouwd rond 1270 door Godfried I van Vianden naar het model van het Louvre en het is al sinds eeuwen in het bezit van onze familie’, steekt de Markies van wal. Terwijl we naar de hoofdingang van het kasteel wandelen, doet de Markies zijn volledige stamboom uit de doeken. We vernemen dat hij de vijftiende Markies van Trazegnies, de negende Markies van Ittre en de negende Comte van Corroy is. Dat is meer dan een mondvol en naar onze mening een goed gevulde palmares van adellijke titels. We staan in de aankomsthal. Tegen het plafond is de volledige familie op het blauwe pleisterwerk gezet. Twee trappen leiden naar de verdieping, een andere naar de kapel. ‘De kapelmuren behoren tot de oudste delen van het kasteel’, verklapt de markies terwijl hij een piepklein deurtje open duwt dat uitkomt op een stenen wenteltrap. ‘De nooduitgang die de bewoners eeuwenlang gebruikten bij onraad’, voegt hij er aan toe. Dan vertrekken we naar de gemeubileerde kamers. De Markies opent deur na deur en telkens kijken we onze ogen uit. Wacht een pracht. Antieke meubels, eeuwenoude schilderijen en wandtapijten sieren de grote kamers. Alleen de eetkamer met marmeren wanden is leeg. Maar er is servies genoeg, de kasten in de andere kamers puilen uit van het Chinees porcelein. Kortom, het is een prachtig stukje cultureel erfgoed waar Wallonië trots op mag zijn.

Zilveren hoefijzers

We trekken maar weer eens verder. Langgerekte stukken asfalt snijden door een landschap dat gedomineerd wordt door akkerland, hier en daar onderbroken door plukjes bos. Je kunt er nog eens flink aan het gashendel draaien zonder dat een flitspaal je pretmoment bederfd. Met een mooie snelheid rijden we door het Waalse binnenland. Een boer op een reusachtige tractor waarvan de maaivlegel een flink stuk over de middellijn uitsteekt, rijdt ons tegemoet. En doet ons snel bedaren. In een rustig tempo kabbelen we door enkele gehuchten, nauwelijks een paar huizen groot. En dan wordt plotseling het natuurlijke decor bruut in twee helften gespleten, alsof een of andere reus er een karateslag heeft uitgedeeld.

De enige echte schepper van de diepe vallei is natuurlijk de Maas zelf, die van boven af gezien als een zilveren tong door het landschap glijdt. De meest zuidelijke punt van de route is bereikt, vanaf nu rijden we weer richting het noorden. Het weggetje dat we volgen loopt via een brug over de drukke E42 en leidt ons naar Franc-Waret. Ook dit dorp is gezegend met een prachtig kasteel. Het is gebouwd in classicistische stijl en dateert uit de 18de eeuw. Kenners beschouwen het als het imposantste en fraaiste kasteel van het Naamse leemplateau. Door een rode beukendreef rijden we vorstelijk tot aan de deur, de grote entrée zeg maar. Het uitbundige gebouw is omringd door een waterpartij, maar het is niet van dien aard om vijandelijke ridders de moed te ontnemen om binnen te dringen. Het is eerder een waterplas om het koppel sierlijke zwanen in te laten peddelen. Even binnen kijken. En weer slenteren van de ene salon naar de andere.

De keurig aangeklede vertrekken dragen het stempel van de zeventiende en achttiende eeuw. Overal staan kostbare meubelen. Aan de muur hangen talrijke schilderijen en familieportretten. Er is zelfs een speciale kamer met louter en alleen Brusselse wandtapijten. De jacht, toch de favoriete bezigheid van de adel, heeft zelfs een jachtmuseum opgeleverd, met een hoop trofeeën en opgezette vogels. En alle kamers en salons hebben uitzicht op een met tondeuse getrimd tuintje van 1600 hectare.

Dan een mooi verhaal. Ooit woonde in het kasteel een bejaarde vrouw. Ze wilde absoluut haar rijkdom delen met de minderbedeelden van het dorp, maar dan wel op een originele manier. Daarom liet ze haar paarden beslaan met zilveren hoefijzers, maar de smid kreeg wel de opdracht ze niet al te goed vast te nagelen. Op die manier vonden de dorpelingen geregeld langs één van de veldwegen een zilveren hoefijzer.

Een schitterende betonweg

We starten de motoren en zetten de tocht verder. Ondertussen heeft de zon het grijze wolkendek hier en daar aan flarden gescheurd. Echt ver hoeven we de rug niet te krommen over de benzinetank alvorens de volgende bezienswaardigheid zich aandient. Opnieuw een kasteel, dat van Fernelmont. Het stukje asfaltje vanuit Franc-Waret loopt er regelrecht naar toe, je kunt het slot dus echt niet missen. Toch zou je er zo maar aan voorbij kunnen rijden, omdat het optrekje een beetje verscholen ligt aan het einde van een lange oprijlaan. Het slot is grotendeels omgeven door een vijver en ziet er nog net zo uit als driehonderd jaar geleden. De poort is dicht en we hebben ons vooraf niet aangemeld. En dat heeft zo zijn consequenties: we komen er niet in. Geen nood, vroeg of laat ligt Fernelmont nog wel eens vastgeklonken in een andere route.

Wanneer we weer op onderweg zijn, verplaatst de route zich in noordoostelijke richting. Ter hoogte van Burdinne ligt een natuurpark in het verschiet: Parc Naturel des Vallées de la Burdinale et de la Méhaigne. Het betonweggetje dat er doorheen loopt is prachtig. De eerste kilometers kronkelt de weg door een paar gehuchtjes, maar daarna duiken we diep het donkere bos in. Het dichte bladerdek filtert alle zonnestralen weg en we rijden in het schemerdonker. Aan de rechterkant van de weg, kabbelt traag de Méhaigne. Als het weggetje ook nog eens gaat slingeren als een serpent, worden we bijna dronken van geluk. Bochten volgen elkaar in snel tempo op. En het leuke is, dat ze allemaal anders liggen. Lange, flauwe bochten gaan over in een rechte streep die bruusk onderbroken wordt door een scherpe draai. Daarna gaat het een beetje bergop en hop daar is de volgende bocht al. Kortom een ideaal stukje om je stuurmanskunsten op aan te scherpen.

Tempeliers

Bij Oteppe en Marneffe rijden we het park uit. Maar het landschap blijft mooi en verrassend, net als de dorpen waar we doorheen komen. Neem Fumal. We hebben er nog nooit van gehoord, maar het heeft een aardige woonkern van een dozijn huizen opgetrokken in bleke natuursteen, in de schaduw van…, je raadt het al, een kasteel.

Een akker met maïs, eentje met stoppels, graan en omgeploegd, dat krijgen we te zien op weg naar Warnant. La ferme du Vieux Chateau palmt heel het dorp is. De oude hoeve uit de 18de eeuw, met een versterkte toren voorzien van schietgaten, is bijna een dorp op zich. Blijkbaar hadden de toenmalige bouwers weinig vertrouwen in de toekomst. Wie maakt er nu een schietpost in een hoeve? Maar de dorpelingen van Warnant en omgeving hebben ervaring met het gruwelijke. In de 13de eeuw zakten de Tempeliers, een religieuze krijgsorde, af naar Warnant en ze besloten er hun commanderij te bouwen. De ridderorde zat met hun gedachten weliswaar bij de kruistochten, maar echt brave jongens waren het nu ook weer niet. Dronken als een Tempelier moet immers ergens vandaan komen…

Op de N64 stoten we plotselings op een knalgeel bord met koeienletters Chaussee Romaine. Zo’n oude heirbaan met een nieuw asfaltjasje erop lijkt ons wel wat. Prompt gooien we het stuur naar links en draaien we de weg op. We hebben totaal geen idee van wat we mogen verwachten, maar het is werkelijk verbluffend. Een perfecte weg met ongeschonden asfalt voert ons zigzaggend door bruin akkerland. Het wegdek draait en keert en kantelt op en neer. Vijf kilometer lang rijden we over een droomweg die zich een beetje boven de velden verhefd. En dan is de pret over. Een hobbelweg leidt ons verder naar Folx-les-Caves.

Te koop: mergelgrotten

Folx is beroemd vanwege de mergelgrotten. Daarom bokken we de motoren op en nemen een kijkje. Na enig zoekwerk (de ingang van de grot ligt op privéterrein), dalen we de trappen af. Onderaan worden opgewacht door Adèle, de eigenares, en zij gaat ons voor in het doolhof van vertakkingen. ‘De grotten zijn uitgegraven door mensenhanden. Zelfs in de prehistorie liepen er al mensen in rond’, vertelt ze. Aan de wanden hangt hier en daar een lamp, maar de lichtsterkte is te weinig om de contouren van de zalen goed te kunnen inschatten. Het licht schampt langs de mergelmuren. Daar waar het niet komt zijn poelen van zwarte schaduw. De vrouw licht bij met een zaklamp. Plotseling houdt haar straal halt op een uitgebeitelde sculptuur. ‘Het is een kat en wat verder op de wand staat een hert,’ verduidelijkt ze. ‘De sculpturen zijn door een Canadese soldaat die hier tijdens de eerste wereldoorlog bivak hield,’ voegt ze er aan toe. Onze gids, neemt ons verder op sleeptouw door de onderaardse gangen. Het noorden, zijn wij dan al lang kwijt. “In de uithoeken van de grot hielden zich bandieten schuil. En ze werden nooit gesnapt want ze hadden een geheime uitgang. Trouwens de toenmalige politie waagde zich hoe dan ook niet al te diep in het duister.’ We volgen de vrouw en proberen haar niet op de hakken te stappen. Overigens staan de grotten te koop voor €350.000,-.

De grootste schuur van België

Nadat de ogen aan het daglicht zijn gewend, zwengelen we de motoren aan voor het laatste stuk. Over veelal kaarsrechte landwegen raffelen we de laatste kilometers af. In Jauchelette, nemen we nog even een kijkje in de hoeve van de voormalige cisterciënzerabdij. De abdij is tijdens de Franse Revolutie van de kaart geveegd, maar de boerderij is vrijwel intact gebleven. We parkeren de motor voor het portaal en nemen een kijkje op de enorme binnenplaats. De linker flank - uit 1775 - van het boerenhoeve wordt ingenomen door een gigantische bakstenen graanschuur. Op mortel hebben ze 250 jaar geleden al helemaal niet bezuinigd. De schuur is dan wel de grootste van België, veel redenen om er lang te blijven hngen zijn er niet. En over de rechte weg spoeden we ons naar Jodoigne, het eindpunt van de toer.

Toeristische informatie

Start van de route: Waver
Einde van de route: Jodoigne
Lengte van de route: 138 km
Utrecht – Waver: 193 km

Bezienswaardigheden onderweg

Corroy-le-Chateau: het kasteel is open voor bezoekers op zondag van 1mei tot 1 september. www.paysdesvallees.be. Tel: 081/633232 Adres: Rue du chateau de Corroy 4, te 5032 Corroy-le-Chateau

Kasteel Franc-Waret: bezoek op afspraak. Info: www.belgie-toerisme.be. Adres: Rue du village 50, te 5380 Franc-Waret

Kasteel Fernelmont: bezoek op afspraak. Info: www.belgie-toerisme.be. Adres: Rue des Combattans 77, te 5380 Fernelmont

Grotten Folx-les-Caves: open op weekends. Info: www.belgie-toerisme.be. Adres: Rue Baccus 35, te 1350 Orp-Jauche

Abdijhoeve La Ramée in Jauchelette (Jodoigne): Info: www.ramee.be

Algemene informatie

www.belgie-toerisme.be
e-mail: toerisme@opt.be
Tel: 02/5092434

[ DOWNLOAD DE ROUTE ][ BEKIJK DE KAART ]

Harley-Davidson
Ik wil van mijn motorfiets af
Suzuki
Honda
Kawasaki
KTM
BMW
Bayard
Suzuki
TT Circuit Assen
Ik wil van mijn motorfiets af
Harley-Davidson
Husqvarna
Ducati
MACNA
Schuberth
Honda
Bovag
Caberg
MotoPort
Bridgestone
Kawasaki
Nolan
Indian
HJC
Aprilia
Arai
Difi
Moto Guzzi
Kushitani
Dane
KNMV
Triumph